MASLD als gezondheidsprobleem

Geschat wordt dat metabolic-dysfunction associated steatotic liver disease (MASLD) bij 22% van de volwassen Nederlanders voorkomt (3). Bij de meeste mensen gaat het om een licht, vroeg en stabiel stadium van MASLD, namelijk simpele leversteatose, maar een aanzienlijke subgroep van zo’n 5% ontwikkelt de progressieve vorm van MASLD, namelijk metabolic-dysfunction associated steatohepatitis (MASH), en ontwikkelt hierbij fibrotische stadia van MASLD (MASH-fibrose).

Nederlands onderzoek toonde zelfs dat tot 5% van de totale volwassen populatie aanwijzingen heeft voor leverfibrose, waarbij de meerderheid door MASLD veroorzaakt wordt (4). Het is van belang patiënten met ernstige MASLD-gerelateerde fibrose te diagnosticeren, aangezien de opeenvolgende MASLD-fibrosestadia een sterke graduele samenhang vertonen met zowel lever-gerelateerde mortaliteit als met all-cause mortality (5, 6). De laatste jaren komen deze ernstige MASLD-stadia steeds meer voor (7). MASLD hangt epidemio­logisch en pathofysiologisch nauw samen met obesitas, type 2 diabetes mellitus en het metabool syndroom, waaronder ook met de elementen gemengde dyslipidemie en hypertensie (1)

Brochure Steatotische leverziekte Nederlandse Leverpatiënten Vereniging (NLV)

De Nederlandse Leverpatiënten Vereniging (NLV) heeft een brochure uitgebracht waarin in 14 punten op patiëntvriendelijke manier wordt uitgelegd wat leververvetting is en wat mogelijk behandelmogelijkheden zijn. Gebruik de link om doorverwezen te worden naar de website van de NLV of om direct naar de brochure te gaan.

Figuur 1: Ziektespectrum van MASLD, in deze figuur nog onder de oude naam
NAFLD-NASH (8)

De weg naar een betere identificatie van patiënten met ernstige MASLD-stadia

Het risicoprofiel voor ernstige MASLD-stadia:

  • Overgewicht (BMI ≥ 25 kg/m2)
  • Metabool syndroom
  • Type 2 diabetes mellitus
  • Verhoogd ALAT en/of γGT (voor beide geldt dat de onderzoeken kunnen helpen bij het stellen van de diagnose, maar ze sluiten ziekte niet uit; de waarden kunnen ook bij ernstige stadia van MASH in het referentiegebied vallen)
Definitie van metabool syndroom (volgens The International Diabetes Federation (2006) (9):

Centrale obesitas (≥ 94 cm voor mannen en ≥ 80 cm voor vrouwen)* én ≥ 2 van de volgende criteria:

  • Triglyceriden ≥ 1,7 mmol/L, of medicamenteuze behandeling hyperlipidemie;
  • HDL < 1,03 mmol/L voor mannen, < 1,29 mmol/L voor vrouwen, of lipidenverlagende therapie;
  • Systole ≥ 130 mmHg of diastole ≥ 85 mmHg, of behandeling hypertensie, of eerder gestelde diagnose hypertensie;
  • Nuchtere glucose ≥ 5,6 mmol/L, of eerder gestelde diagnose hypertensie.

* Indien BMI ≥ 30 kg/m2 is, kan centrale obesitas worden aangekomen en is middelomtrek niet vereist

De diagnostiek naar MASLD verdient verbetering

Patiënten en artsen merken progressie van MASLD onvoldoende op, omdat MASLD-progressie vaak asymptomatisch verloopt en omdat de awareness voor MASLD in de zorg en de implementatie van zorgpaden om voortschrijdende MASLD-stadia tijdig te detecteren, beperkt zijn. De huidige diagnostische benadering van MASLD varieert sterk, wat leidt tot zowel over- als onderdiagnostiek bij deze groep patiënten en te late detectie van ernstige patiënten, d.w.z. als er al ernstige MASLD-fibrose of zelfs MASLD-cirrose of MASLD-HCC is.

Challenges and hurdles

Challenges

Case finding van ernstige MASLD-fibrose verbeteren

  • Aantal onnodige verwijzingen verminderen
  • Aantal leverbiopten verminderen

Verbetering zorg voor patiënten met MASLD

  • Aantal lever- en niet-levergerelateerde complicaties verminderen

Hurdles

  • Weinig awareness omtrent MASLD, zowel in de gezondheidszorg als in de samenleving
  • Geen zorgpaden
  • Gebrek aan nationale richtlijnen en nationaal beleid
  • Nog geen geregistreerde medicamenteuze behandelmogelijkheden

Mogelijke oplossingen

  • Nationale klinische richtlijnen, in samenwerking met richtlijnen voor type 2 diabetes mellitus en overgewicht
  • Zorgpaden voor patiënten met overgewicht, type 2 diabetes mellitus en/of metabool syndroom
  • Meer aandacht voor awareness en preventie voor leverziekten, inclusief MASLD

Zorgpaden om ernstige MASLD-fibrose vast te stellen

Een zorgpad bestaande uit niet-invasieve testen zou uitkomst kunnen bieden om ernstige vormen van MASLD-fibrose op te sporen. Momenteel bestaan er in Nederland echter nog geen robuust getoetste en geïmplementeerde verwijs- en zorgpaden voor risicostratificatie en behandeling van MASLD. Heden lopen er in Nederland twee wetenschappelijke onderzoeken om de diagnostiek naar MASLD; het NLA2 zorgpadonderzoek en Grip on NASH

Leverenzymen

De eerste stap in de diagnostiek is vaak het bepalen van de leverenzymen, net name ALAT en γGT. Dit is een eenvoudig onderzoek en wordt reeds verricht in het kader van de jaarlijkse controle bij patiënten met type 2 diabetes mellitus. Wanneer de leverenzymen verhoogd zijn, kan dit een aanwijzing zijn dat er sprake is van MASLD. Echter, de hoogte van de leverenzymen vertelt ons niets over het stadium van de ziekte. Daarnaast kunnen de leverenzymen na progressie van de ziekte juist weer normaliseren. Leverenzymen zijn dus onvoldoende in staat om MASLD uit te sluiten (10).

Echo abdomen

Bij een conventioneel abdominaal echo-onderzoek kan steatose hepatis aangetoond worden. Het komt vaak voor dat dit als nevenbevinden wordt gevonden wanneer er een echo abdomen wordt verricht voor een andere indicatie. Een echografist kan op deze manier ook aanwijzingen vinden dat er sprake is van cirrose van de lever. Er kan echter geen onderscheid worden gemaakt tussen simpele steatose en de progressieve vorm, MASH. Een ander nadeel is dat juist bij mensen met obesitas dit onderzoek vaak minder betrouwbaar is omdat het door het tussenliggende vetweefsel lastiger is om de lever af te beelden.

FibroScan

De FibroScan is een echo-apparaat dat een pulsegolf uitzendt gevolgd door een traceergolf. De echokop wordt tegen de rechterflank ter hoogte van de lever geplaatst en in ongeveer 5 á 10 minuten wordt er doormetingen van de lever verricht. Met een FibroScan kun je met één apparaat de mate van steatose én de mate van fibrose inschatten. Nog niet in alle ziekenhuizen is zo’n FibroScan beschikbaar voor patiënten met MASLD.

FIB-4 score

De FIB4-score is een relatief eenvoudige formule waarmee een risico-inschatting op ernstige vormen van MASLD-fibrose kan worden gedaan. De score bestaat uit leeftijd, ASAT, ALAT en trombocyten en kan met onderstaande calculator worden berekend. Binnen een cohort van patiënten met middels leverbiopt aangetoonde MASLD kon de FIB4-score uitstekend onderscheid maken tussen patiënten met ernstige en patiënten zonder ernstige MASLD-fibrose (11). Eerste data uit de eerste lijn tonen bij deze patiëntenpopulatie helaas een lagere nauwkeurigheid, hoewel hierbij geen gebruik is gemaakt van een leverbiopt als gouden standaard (12).

De FIB4-score is te berekenen op de website van MD calc, klik hier om doorverwezen te worden naar deze calculator. 

Leverbiopt

De gouden standaard om MASLD, en de verschillende stadia van de ziekte, aan te tonen is het leverbiopt. Dit is de enige manier waarop nauwkeurig NASH kan worden onderscheiden van MASLD. Het is echter een invasieve onderzoeksmethode en wordt door sommige patiënten als onprettig ervaren. Daarnaast komt het leverbiopt met een klein risico op een bloeding of een infectie, en kan het gepaard gaan met pijnklachten. Het leverbiopt is te invasief, risicobol en tijdrovend om als screeningstool voor MASLD toe te passen.

Behandelopties voor patiënten met MASLD

Leefstijlinterventie is aanbevolen bij alle patiënten met MASLD, ongeacht het stadium. Leefstijlinterventie kan eventueel in samenwerking met de diëtist opgezet worden. Hierbij staat een pragmatische, op het individu afgestemde handelswijze centraal waarbij aanpassingen van het eetpatroon en progressieve inspanningsbelasting worden gecombineerd. Hierbij moeten ook cardiometabole comorbiditeiten in acht worden genomen gezien de sterke samenhang tussen MASLD en cardiovasculaire ziekten. Hierover is meer te lezen in de richtlijn MASLD via deze link

Gewichtsreductie

Leefstijlaanpassingen door middel van dieet en lichaamsbeweging zijn gunstig voor alle patiënten met MASLD(10).  Er moet worden gestreefd naar een gewichtsreductie van 8-10%. Gewichtsreductie is ook van belang voor eventuele cardiometabole comorbiditeiten.

Lichaamsbeweging

Regelmatige lichaamsbeweging bestaande uit aerobics (wandelen, fietsen, zwemmen, ed.) en/of krachttraining kunnen leiden tot afname van steatose, ook wanneer er geen sprake is van significante gewichtsreductie. Het effect is meer uitgesproken als er wel sprake is van gewichtsreductie.

Het advies voor patienten met MASLD luidt: 150-300 minuten matige lichamelijke inspanning (wandelen, fietsen, ed.) of 75-150 minuten zware lichamelijke inspanning (rennen, zwemmen, ed.) per week verdeeld over 3-5 sessies per week. 

Voeding en dieet

Voedingsaanpassing moeten worden gedaan aan de hand van de persoonlijke situatie van de patiënt (13).

  • Soorten vet en bronnen van vetten:
    • Verzadigde vetzuren ((room)boter, harde margarine en bak- en braadvetten) vermijden en vervangen door onverzadigde vetzuren (zachte margarine, halvarine, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën).
    • Eet één keer per week vis, bij voorkeur vette vis. Beperk de consumptie van rood vlees en met name bewerkt vlees tot 500g per week.
  • Soorten koolhydraten en bronnen van koolhydraten:
    • Vermijd frisdrank en andere dranken met veel toegevoegde suikers, zoals vruchtensappen (14).
    • Vervang geraffineerde graanproducten door volkorenproducten.
    • Zorg voor voldoende vezelinname door consumptie van volkorenproducten, groenten, fruit, noten en zaden.
  • Beperk zoutinname.
  • Vermijd alcoholinname (10).
Medicamenteuze behandeling

Er is nog geen medicamenteuze behandeling voor MASLD. Wel worden er op dit moment meerdere medicijnen in onderzoeksverband voorgeschreven voor mensen met ernstige vormen van MASLD-fibrose. Dit betreft bijvoorbeeld onderzoeken met GLP1-receptoragonisten. 

Bariatrische chirurgie

Naast leefstijlinterventie en medicamenteuze behandeling in trialverband kan voor de behandeling van progressieve fibrotische MASH bariatrische chirurgie worden overwogen. De evidence hiervoor is low grade vanwege de heterogeniteit in studies en omdat de indicatie voor bariatrische chirurgie in de meeste studies tot nu toe obesitas was en niet-fibrotische MASH (deze specifieke studies zijn nog gaande). Maar de effecten op fibrotische MASH in al deze studies is wel erg gunstig, met tot 50% regressie van MASH en tot 40% regressie van fibrose. 

Wetenschappelijk onderzoek

Er wordt veel medisch-wetenschappelijk onderzoek verricht naar  leververvetting. Dit omhelst zowel fundamenteel als toegepast onderzoek. Een voorbeeld van fundamenteel onderzoek is onderzoek naar het werkingsmechanisme van cellen. Toegepast onderzoek richt zich op het oplossen van bepaalde vraagstukken binnen de hedendaagse zorg. Via onderstaande knop komt u meer te weten over wetenschappelijk onderzoek dat wordt verricht op het gebied van MASLD.

Bronnen
  1. Ruissen MM, Linde Mak A, Beuers U, Tushuizen ME, Holleboom AG. Non-alcoholic fatty liver disease: a multidisciplinary approach towards a cardiometabolic liver disease. 2020.
  2. Tushuizen ME, Holleboom AG, Koot BGP, Blokzijl H, van Mil SWC, Koek GH. [Non-alcoholic fatty liver disease; a full-bodied epidemic]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164.
  3. van den Berg EH, Amini M, Schreuder TC, Dullaart RP, Faber KN, Alizadeh BZ, et al. Prevalence and determinants of non-alcoholic fatty liver disease in lifelines: A large Dutch population cohort. PLoS One. 2017;12(2):e0171502.
  4. Koehler EM, Schouten JN, Hansen BE, van Rooij FJ, Hofman A, Stricker BH, et al. Prevalence and risk factors of non-alcoholic fatty liver disease in the elderly: results from the Rotterdam study. J Hepatol. 2012;57(6):1305-11.
  5. Dulai PS, Singh S, Patel J, Soni M, Prokop LJ, Younossi Z, et al. Increased risk of mortality by fibrosis stage in nonalcoholic fatty liver disease: Systematic review and meta-analysis. Hepatology. 2017;65(5):1557-65.
  6. Taylor RJRS, Taylor RJRS, Bayliss S, Hagström H, Nasr P, Schattenberg JM, et al. Association Between Fibrosis Stage and Outcomes of Patients With Nonalcoholic Fatty Liver Disease: A Systematic Review and Meta-Analysis. Gastroenterology: Gastroenterology; 2020. p. 1611-25.e12.
  7. Estes C, Anstee QM, Arias-Loste MT, Bantel H, Bellentani S, Caballeria J, et al. Modeling NAFLD disease burden in China, France, Germany, Italy, Japan, Spain, United Kingdom, and United States for the period 2016-2030. J Hepatol. 2018;69(4):896-904.
  8. Holleboom AG, Koot BGP, Van Mil SWC, De Bruijne J, Blokzijl J, Koek GH, Tushuizen ME. Non-alcoholic fatty liver disease: multidisciplinaire aanpak voor cardiometabole leveraandoening. FocusVasculair . 2019;4(3). 
  9. Alberti KG, Zimmet P, Shaw J. Metabolic syndrome--a new world-wide definition. A Consensus Statement from the International Diabetes Federation. Diabet Med. 2006;23(5):469-80
  10. EASL-EASD-EASO Clinical Practice Guidelines for the management of non-alcoholic fatty liver disease. J Hepatol. 2016;64(6):1388-402.
  11. Shah AG, Lydecker A, Murray K, Tetri BN, Contos MJ, Sanyal AJ. Comparison of noninvasive markers of fibrosis in patients with nonalcoholic fatty liver disease. Clin Gastroenterol Hepatol. 2009;7(10):1104-12.
  12. Graupera I, Thiele M, Serra-Burriel M, Caballeria L, Roulot D, Wong GL, et al. Low Accuracy of FIB-4 and NAFLD Fibrosis Scores for Screening for Liver Fibrosis in the Population. Clin Gastroenterol Hepatol. 2021.
  13. Houttu V, Csader S, Nieuwdorp M, Holleboom AG, Schwab U. Dietary Interventions in Patients With Non-alcoholic Fatty Liver Disease: A Systematic Review and Meta-Analysis. Front Nutr. 2021;8:716783.

  14. Ouyang X, Cirillo P, Sautin Y, McCall S, Bruchette JL, Diehl AM, et al. Fructose consumption as a risk factor for non-alcoholic fatty liver disease. J Hepatol. 2008;48(6):993-9.

Bij een conventioneel abdominaal echo-onderzoek kan steatose hepatis aangetoond worden. Het komt vaak voor dat dit als nevenbevinden wordt gevonden wanneer er een echo abdomen wordt verricht voor een andere indicatie. Een echografist kan op deze manier ook aanwijzingen vinden dat er sprake is van cirrose van de lever. Er kan echter geen onderscheid worden gemaakt tussen simpele steatose en de progressieve vorm, NASH. Een ander nadeel is dat juist bij mensen met obesitas dit onderzoek vaak minder betrouwbaar is omdat het door het tussenliggende vetweefsel lastiger is om de lever af te beelden.

De FibroScan is een echo-apparaat dat een pulsegolf uitzendt gevolgd door een traceergolf. De echokop wordt tegen de rechterflank ter hoogte van de lever geplaatst en in ongeveer 5 á 10 minuten wordt er doormetingen van de lever verricht. Met een FibroScan kun je met één apparaat de mate van steatose én de mate van fibrose inschatten. Nog niet in alle ziekenhuizen is zo’n FibroScan beschikbaar voor patiënten met NAFLD.

De FIB4-score is een relatief eenvoudige formule waarmee een risico-inschatting op ernstige vormen van NAFLD-fibrose kan worden gedaan. De score bestaat uit leeftijd, ASAT, ALAT en trombocyten en kan met onderstaande calculator worden berekend. Binnen een cohort van patiënten met middels leverbiopt aangetoonde NAFLD kon de FIB4-score uitstekend onderscheid maken tussen patiënten met ernstige en patiënten zonder ernstige NAFLD-fibrose (11). Eerste data uit de eerste lijn tonen bij deze patiëntenpopulatie helaas een lagere nauwkeurigheid, hoewel hierbij geen gebruik is gemaakt van een leverbiopt als gouden standaard (12).

De FIB4-score is te berekenen op de website van MD calc, klik hier om doorverwezen te worden naar deze calculator. 

De gouden standaard om NAFLD, en de verschillende stadia van de ziekte, aan te tonen is het leverbiopt. Dit is de enige manier waarop nauwkeurig NASH kan worden onderscheiden van NAFLD. Het is echter een invasieve onderzoeksmethode en wordt door sommige patiënten als onprettig ervaren. Daarnaast komt het leverbiopt met een klein risico op een bloeding of een infectie, en kan het gepaard gaan met pijnklachten. Het leverbiopt is te invasief, risicobol en tijdrovend om als screeningstool voor NAFLD toe te passen.